HKC1.jpgHKC2.jpgHKC3.jpg

Hollandse Kriel

De Hollandse kriel werd in 1906 erkend als Nederlands ras door de Nederlandse Hoender Club. Toendertijd spraken de diertjes nog weinig tot de verbeelding, maar door de jarenlange inzet van vele fokkers is het ideaalbeeld steeds dichterbij gekomen. Het ideaalbeeld, geschetst door de bekende tekenaar van Gink, liet enkele opvallende raskenmerken zien. Het zijn deze kenmerken die tot op de dag van vandaag in één oogopslag duidelijk maken of men met een Hollandse kriel van doen heeft.

Waren bij de erkenning in 1906 vier kleurslagen erkend, momenteel zijn dat er al 28 en de lijst wordt nog immer uitgebreid door creatieve fokkers. Zo zijn er mettertijd wellicht zilver- en blauwkoekoekpatrijs en berkenkleurige Hollandse Krielen te verwachten. Vrij algemeen worden de patrijs- en geelpatrijskleurigen gefokt. Ook de patrijsvarianten zoals zilverpatrijs, blauwpatrijs, blauwzilverpatrijs, koekoekpatrijs en witpatrijs kennen een flinke groep aanhangers. Wat minder, maar regelmatig zijn de éénkleurigen zoals zwart en wit te zien. Kleurslagen als parelgrijs, buff, zalm, porselein, columbia- en kwartelvarianten en zwart witgepareld zijn vrij zeldzaam.